
65 jaar Molukkers in Nijverdal: ‘We dragen nog dagelijks de pijn’
Human InterestNIJVERDAL – Het derde deel in de serie over 65 jaar Molukkers in Nijverdal laat opnieuw zien hoe sterk het verleden doorwerkt in het heden. In het gesprek met Wim Souhuwat (60), Alex Picanussa (68) en Chris Sihasale (59), alle drie behorend tot de tweede generatie, komt vooral het gevoel naar voren dat Molukkers jarenlang niet zijn gehoord en niet serieus zijn genomen door de Nederlandse overheid.
Volgens de drie mannen is dat gebrek aan erkenning één van de belangrijkste verklaringen voor de radicalisering die in de jaren zeventig zichtbaar werd, met onder andere gijzelingen en treinkapingen. Niet als excuus, maar als gevolg van een generatie die opgroeide met het trauma van hun ouders en met de frustratie dat politieke beloftes nooit werden waargemaakt. De pijn is volgens hen niet verdwenen, maar wordt nog steeds doorgegeven, zij het op een andere manier dan vroeger.
Daarbij komt dat de Molukse gemeenschap in Nederland ook intern verdeeld raakte, onder meer door politieke strijd rond de RMS-beweging. Die spanningen zijn volgens de geïnterviewden minder explosief dan vroeger, maar ze hebben wel sporen achtergelaten. Tegelijkertijd verschuift de focus langzaam: waar het vroeger vooral draaide om de droom van terugkeer en onafhankelijkheid, wordt nu vaker gezocht naar andere manieren om de Molukken te ondersteunen, bijvoorbeeld door aandacht voor natuurbehoud en het tegengaan van economische uitbuiting.
Een belangrijk onderwerp in dit deel is de vraag: wil je eigenlijk nog terug naar de Molukken? Alle drie zijn er inmiddels geweest en spreken nog steeds over “naar huis gaan”, maar de antwoorden verschillen. Sommigen voelen nog altijd de aantrekkingskracht om definitief terug te keren, terwijl anderen vooral de praktische bezwaren zien: armoede, werkloosheid en het feit dat kinderen en kleinkinderen hier hun leven hebben opgebouwd. Teruggaan blijkt daardoor vaak iets dat eerder in tijdelijke vorm gebeurt: enkele maanden daar, en daarna weer terug naar Nederland.
Ook komt in het gesprek het verschil tussen generaties duidelijk naar voren. De derde en vierde generatie groeien anders op, met een andere blik op identiteit, integratie en de toekomst. Dat leidt soms tot wrijving, bijvoorbeeld rond de manier waarop de viering van 65 jaar Molukkers in Nijverdal wordt georganiseerd. Volgens de drie mannen zou zo’n moment meer een herdenking moeten zijn dan een feest. Ze missen bovendien betrokkenheid van de Molukse wijken zelf en vinden dat belangrijke keuzes niet breed genoeg zijn besproken binnen de gemeenschap.
Daarnaast blikken ze terug op hoe het was om als kind op te groeien in een Molukse buurt. Contact met Nederlandse leeftijdsgenoten was er vooral op school, maar daarbuiten bleef de gemeenschap vaak op zichzelf. Niet alleen uit gewoonte, maar ook door wantrouwen dat gevoed werd door de verhalen van de eerste generatie. De Molukse wijken waren daarmee als het ware een “dorp in het dorp”.
De geïnterviewden benadrukken dat de geschiedenis van kolonialisme en onderdrukking nog steeds voelbaar is. Niet alleen in emoties, maar ook in cultuur, taal en identiteit. Maleis wordt in veel gezinnen nog gesproken, al merken zij dat dit langzaam afneemt. Tegelijk zien ze dat jongeren juist opnieuw interesse tonen in taal en afkomst.
Ondanks de sombere toon is er ook vooruitkijken. Eén van de belangrijkste punten voor de toekomst is volgens hen het behoud van de Molukse wijken in Nijverdal. Er wordt gewerkt aan afspraken met woningcorporatie Reggewoon om ervoor te zorgen dat woningen, zolang daar behoefte aan is, beschikbaar blijven voor Molukse gezinnen. Dat wordt gezien als essentieel om familiebanden en gemeenschap levend te houden.
Lees het volledige interview op Hier in Hellendoorn.
