Patrijzen houden van begroeide bermen.
Patrijzen houden van begroeide bermen. Foto: Peter Bulthuis

Stichting Patrijs West-Twente waarschuwt voor terugloop patrijs in agrarisch gebied

Nieuws

REGIO - Stichting Patrijs van West-Twente maakt zich zorgen over de toekomst van de patrijs in de regio West-Twente. De boerenlandvogel heeft het door veranderingen in het agrarisch landschap moeilijk.

De kansen voor de patrijs hangen sterk samen met de inrichting en het gebruik van landbouwgrond. Vooral veilige broedplekken en voldoende voedsel voor kuikens zijn belangrijk. In het huidige agrarische gebied komen deze omstandigheden nog maar beperkt voor. Ze zijn vooral te vinden in randen van percelen, hoekjes en langs bermen. Daardoor vormen bermen langs wegen vaak de laatste geschikte broedplaatsen.

Patrijzen beginnen relatief laat met broeden, meestal in mei en juni. Soms loopt dit door tot in juli. Als een eerste nest verloren gaat, volgt vaak een tweede legsel. Daardoor kunnen kuikens tot laat in de zomer uitkomen. Een nest bestaat meestal uit vijftien tot twintig eieren. De broedtijd is ongeveer 24 dagen.

Juist in deze periode zijn bermen en slootkanten belangrijk. De begroeiing bevat veel kruiden en insecten, zoals bladluizen, die nodig zijn als voedsel voor kuikens. Maaien in deze periode heeft vaak grote gevolgen. Nesten en kuikens gaan verloren en broedende hennen kunnen sterven.

Stichting Patrijs van West-Twente doet daarom een dringende oproep aan gemeenten, waterschappen en agrariërs om bermen en perceelranden niet te maaien vóór half juli. Niet alleen de patrijs profiteert hiervan. Ook andere boerenlandvogels zoals roodborsttapuiten, graspiepers, gele kwikstaarten en geelgorzen gebruiken deze plekken om te broeden.