
Belvedère: verdwenen uitzichtpunt
HistorieHELLENDOORN - Wie vandaag de dag langs Landgoed De Uitkijk wandelt, ziet vooral rust, natuur en een prachtig panorama over de Hellendoornse Es. Maar ruim een eeuw geleden stond hier een markante houten uitkijktoren die jarenlang een van de bekendste recreatieve trekpleisters van de gemeente Hellendoorn was: de Belvedère.
De Belvedère werd gebouwd in de eerste decennia van de twintigste eeuw, vermoedelijk tussen 1910 en 1920. In die periode stimuleerden veel Nederlandse gemeenten het opkomende toerisme door uitzichtpunten en wandelvoorzieningen aan te leggen. Ook Hellendoorn deed mee: op een van de hoogste delen van de Hellendoornse Berg verrees een houten toren van naar schatting 12 tot 15 meter hoog.
De naam Belvedère — Italiaans voor ‘mooi uitzicht’ — was geen loze belofte. Vanaf het platform keek men uit over de heidevelden van de Noetselerberg, de bossen richting Haarle en de dorpen Hellendoorn en Nijverdal. Oude reisgidsjes prezen het panorama als ‘een der schoonste uitzichten van Overijssel’.
De toren was vrijwel zeker een initiatief van de gemeente Hellendoorn. Dat past bij de tijdgeest: veel gemeenten bouwden in die jaren recreatieve uitkijktorens op eigen grond. Bezoekers betaalden een klein bedrag om naar boven te mogen, een gebruikelijke manier om onderhoud en toezicht te bekostigen. Hoewel de Belvedère vooral bedoeld was voor recreatie, werd hij soms ook gebruikt voor een meer praktische taak. In een tijd waarin bos- en heidebranden regelmatig voorkwamen, klommen boswachters en vrijwilligers zo nu en dan naar boven om rookpluimen te signaleren. Officieel was het geen brandtoren, maar het hoge punt bood wel overzicht.
In 1929 veranderde de omgeving van de toren ingrijpend. In dat jaar opende Marie Mollink Warmink het theehuis dat later zou uitgroeien tot het huidige Landgoed De Uitkijk. Het theehuis werd gebouwd op een perceel naast de toren en speelde handig in op de stroom bezoekers die de Belvedère aantrok. Wandelaars konden er terecht voor thee, limonade en pannenkoeken, een welkome pauze na de klim naar het uitzichtpunt. De combinatie van toren en theehuis maakte de Hellendoornse Berg tot een geliefde bestemming voor dagjesmensen uit de regio.
In de jaren twintig en dertig was de Belvedère een bekend beeld op ansichtkaarten en in reisgidsjes en lokale geschriften. De toren werd gezien als een soort poortwachter van de Sallandse Heuvelrug. Voor veel Hellendoorners van toen was een bezoek aan de toren een vast onderdeel van een zondagse wandeling.
Na de Tweede Wereldoorlog begon de toren te verouderen. Het hout raakte aangetast en de constructie werd minder veilig. De recreatie veranderde bovendien: bezoekers kwamen niet langer speciaal voor een houten toren, maar voor het landschap zelf. Rond 1950-1955 werd besloten de Belvedère te slopen. Het theehuis bleef bestaan en ontwikkelde zich verder, maar de toren verdween voorgoed uit het landschap. Hoewel de Belvedère al meer dan zeventig jaar verdwenen is, leeft hij voort in foto’s, verhalen en herinneringen. De plek waar hij stond is nog altijd een geliefd wandelgebied, met uitzichtpunten die doen vermoeden hoe indrukwekkend het panorama moet zijn geweest. De toren mag dan verdwenen zijn, zijn verhaal blijft onderdeel van het lokale erfgoed, als herinnering aan een tijd waarin een eenvoudige houten constructie mensen liet genieten van de schoonheid van de Hellendoornse Berg.
![]()















