Foto: Shutterstock

Column: Oppassen in vakantie

Het is vakantie. De kinderen zijn uitgevlogen. Mijn telefoon loopt vol met berichtjes en foto’s van zonnige oorden. Mooie blauwe luchten. Berglandschappen. Rotsen en stranden. Tafels vol met frisse gerechten en glazen met heerlijk vocht. Zonnehoeden, zonnebrillen, bikini’s. En de zee. In mij komt een verlangen op. Ik wil daar ook heen. De warmte voelen. Warm zand aan mijn voeten. De wind. Het geluid van de golven. De zilte geur. De zee. Het verlangen naar de zee. In gedachten denk ik: ik wil er ook heen, ik wil daar ook zijn. Naar zee! Maar dat kan niet. Ik ben thuis. Ik kan niet weg. Ik moet oppassen. Nee niet op de kinderen. Die zijn op vakantie. Maar op de hond. Ik pas op de hond.

Ik heb twee tassen vol met spullen voor de hond meegekregen: voerbakken, voer, snoepjes, botjes, speeltjes, medicijnen, borstels, shampoo, handdoeken, riemen, poepzakjes en een speciaal matrasje met dekje. Ook heb ik een brief meegekregen, wanneer en hoeveel er gegeten wordt, hoe vaak uitgelaten, hoe reageren op geblaf en wat te doen na de wandeling in het bos of een duik in de Regge. Er moest even geslikt worden bij het afscheid van het baasje en het gezin.
Naast alle vakantiekiekjes krijg ik ook andere berichten. Appjes met vragen. Die gaan allemaal over de hond. Of hij goed te pas is, lekker geslapen heeft, “ons nog mist”. Ik stuur dan appjes terug met foto’s van de lieverd, hollend, lief kijkend, etend of slapend. Overdreven? Belachelijk? Zeg het maar. Eén ding is zeker. De liefde van en voor een hond is bijzonder, speciaal: met niets te vergelijken.

weedebee

Meer berichten
 
Auto zoeker