
‘Niet helemaal hier, maar ook niet daar’
Human InterestIn onze gemeente wonen meer mensen uit andere landen dan we denken. Sommigen kwamen voor de liefde, anderen omdat ze hun land moesten ontvluchten. Als inwoner van Nijverdal vindt Marieke Meijer het belangrijk elkaar te leren kennen. In een serie interviews stelt ze daarom enkelen van hen voor in een maandelijks portret. In dit tweede deel gaat Marieke in gesprek met Dilla.
Op een herfstige namiddag spreekt Marieke Dilla bij haar thuis. Ze kennen elkaar inmiddels al bijna twee jaar. Tijd om het levensverhaal van Dilla eens wat nader onder de loep te nemen.
Dilla, je woont al 27 jaar in Nederland. Kun je iets vertellen over de jaren daarvoor?
Ik ben Koerdische en afkomstig uit Suleymania in Irak en geboren in een welgesteld gezin van zeven kinderen. Ik ben afgestudeerd als bouwkundig ingenieur en was destijds de eerste Koerdische vrouw die in de bouw aan de slag ging. Het was hard werken en ik moest me extra bewijzen, maar kreeg met de steun van mijn baas een leidinggevende functie. Veel mannen in het bedrijf hadden daar grote moeite mee in het begin. Mijn vader had me gelukkig veel zelfvertrouwen gegeven en me altijd voorgehouden dat er geen verschil is tussen wat mannen en vrouwen kunnen. Het leven was goed in die tijd, ik had een mooi huis, een eigen inkomen, ik was getrouwd en moeder van een zoon en een dochter. Helaas overleed mijn man veel te jong.
Wat gebeurde er dat je je land in 1997 bent ontvlucht?
Saddam Hussein, de toenmalige president van Irak, was al jarenlang in oorlog met onze buurlanden. Hij keerde zich fel tegen de Koerden, die streden voor een autonome staat binnen Irak. Zijn strijd tegen ons volk werd steeds bloediger en gevaarlijker. Nadat mijn broer en zus naar Nederland gevlucht waren, besloot ik ook samen met mijn moeder, mijn vader is al vroeg overleden, en kinderen te vluchten. Wij konden echter niet meer via Jordanië reizen, zoals mijn broer en zus, maar moesten illegaal de grens over naar Turkije en vandaar doorreizen naar Europa.
We lezen veel over de gevaarlijke overtocht met bootjes naar Europa, hoe zag jouw reis eruit?
Die was verschrikkelijk, wij moesten ook met zo’n boot. Vlak voor vertrek bleken er teveel mensen te zijn voor de boot. Om nog mee te mogen dwongen de smokkelaars mij om maar één van mijn twee kinderen mee te nemen. Ik heb toen gekozen mijn 9-jarige zoon mee te nemen en m’n dochter (toen 15) met m’n moeder achter te laten. Ik voel nog de pijn die ik toen voelde. Pas drie jaar later, na een lange gezinsherenigingsaanvraag, zag ik haar weer terug in Nijverdal. Ik kwam na een jaar in azc’s in Groot Lochter te wonen, waar ik nooit meer ben weggegaan.
Hoe is jullie leven verlopen sindsdien?
Met mijn dochter had ik eerst een moeizame relatie, zij was boos op mij en getraumatiseerd, net als ik zelf. Langzaam ging het beter. Mijn zoon en dochter gingen beiden naar school en zijn daarna door gaan studeren en inmiddels hebben ze een gezin. Ik heb na een snelle inburgering, ik leerde de taal vrij gemakkelijk, er alles aan gedaan om aan het werk te gaan als bouwkundige, maar ik werd nergens aangenomen, omdat ik óf vrouw was óf te duur. Ik heb welgeteld één serieus aanbod gehad, maar dat was in Den Bosch. Dat heb ik niet kunnen accepteren vanwege de afstand en mijn afhankelijkheid van Nijverdal.
Het heeft me pijn gedaan nooit mijn vak meer te kunnen uitoefenen, het is me erg tegengevallen dat ik dat in een land als Nederland niet heb kunnen doen.
Maar je zit niet stil, wat heb je wél gedaan?
Ik ben andere dingen gaan doen. Ik had een bestuursfunctie bij Vluchtelingenwerk en ben bijles gaan geven op het huiswerkinstituut en ben al jaren vrijwilliger voor Stichting De Welle als organisator van Werelds Tafelen, tolk en huiscoach. Ook werk ik alweer 10 jaar als vrijwilliger in de Leger des Heils kledingwinkel. Ik sorteer kleding, help klanten en beheer de kassa. Ik vind dat erg leuk om te doen en kom zo met veel mensen in contact. En ik doe graag iets terug voor Nederland. Werk geeft mij waarde.
Wat betekent Nijverdal voor jou?
Nijverdal is mijn nieuwe thuis geworden, een prettige plaats, groen, niet al te groot en niet zo druk. Ik heb hier veel sociale contacten, lieve buren en een heel fijn huis. Maar ik voel ook nog steeds: ‘ik hoor niet helemaal hier, maar ook niet meer daar’. Ik leef in twee werelden. Ik ben in de afgelopen decennia nog weleens terug geweest in Irak, maar alleen voor familiebezoek. Hier is mijn leven nu, mijn kinderen wonen hier en ik blijf bij hen. Zij zijn het belangrijkste in mijn leven.
Heb je nog wensen?
Ik hoop dat mensen weer wat meer betrokken gaan zijn bij elkaars leven. Ik zie dat mensen steeds meer op zichzelf zijn en ik mis hoe het voorheen was, toen mensen elkaar meer groetten op straat.















