
Zijn nalatenschap is blijvend voelbaar
AlgemeenHELLENDOORN - In de vroege ochtend van maandag 21 oktober overleed Dick Harmsen, op Krönnenzommer in de Hellendoornse bossen. Een markante persoonlijkheid, die onder de Hellendoorners bekend stond als ‘Dickie Harmsen’ of ‘Dickie van Garrat van Geers’. Als aannemer en architect werkte hij binnen onze dorpsgemeenschap en droeg in hoge mate bij aan het behoud en de verfraaiing van ons cultureel erfgoed.
Dick werd kort voor de Tweede Wereldoorlog geboren op Ommerweg 19 in Hellendoorn. Zijn vader Gerrit leidde met diens oudere broer Frits een bouwbedrijf, het pand waar nu Babydump gevestigd is. Meerdere Harmsens woonden daar generaties lang bij elkaar. Dick ging naar De Esch, de Mulo en later de ambachtsschool in Almelo. In de jaren ‘50 was hij drie jaar leerling bij de bekende Twentse architect Jan Jans, die hem een aantal kneepjes van het vak leerde. In die periode versterkte zijn liefde voor de ‘oale grónd’ en behoud van de streekeigen cultuurhistorie.
Hij nam eind jaren ‘60 als vrijwilliger deel aan opgravingen naar de voormalige havezate Den Dam, wiens bodemarchief verstoord zou gaan worden vanwege de aanleg van het huidige sportpark De Voordam. Hij had ondertussen het werk binnen het bouwbedrijf van zijn vader overgenomen en ging het bedrijf leiden samen met zijn neef Derk, die inmiddels het stokje van diens vader Frits had overgenomen. Hij trouwde in 1965 met Joke Nijhof - dochter van Voegersbedrijf Nijhof uit Nijverdal - en ze kregen in 1970 een zoon, de volgende generatie Gerrit Dirk.
Dick heeft zijn passie en liefde voor oude boerderijen en gebouwen met de paplepel ingegoten gekregen. Het behouden en herbestemmen van karakteristieke panden was daarvan niet meer dan een logisch gevolg. Hij zag mensen als passanten die allemaal hun eigen verhaal toevoegen aan een gebouw. Belangrijk voor hem was echter dat het cultureel erfgoed telkens weer op een verantwoorde manier aan de volgende generatie doorgegeven bleef worden. Met zijn tomeloze inzet voor het erfgoed laat hij een grote erfenis na. Hij werkte onder andere mee aan de herbestemming van zwembad de Schoolslag in het oude schoolgebouw, het Noaberhuus in het oude gemeentehuis, de verbouw van De Leerkamer en het bouwen van de Gereformeerde Kerk, de verbouw van het pand van Flim aan de Woertheweg tot bankkantoor, van café het Zwarte Peerd aan de Bibenstraat, de bouw van het karakteristieke pand van De Kroon (nu Noabers) met het Geurenhuussien en niet te vergeten de herbestemming van molen de Wippenbelt tot zorgcentrum met dokterspraktijk en apotheek. Hij ontwierp geheel belangeloos gebouwen als het botenhuis achter de ijsfabriek, het baarhuisje op het Oale Karkhof, het smederijmuseum, het Bakkerij- en IJsmuseum en de schaapskooi aan de Heuversteeg in Marle. Samen met een aantal lokale ondernemers probeerde hij een geschikte invulling te geven aan het ‘Gat van Heldern’. Dat is helaas nooit gelukt. Dick had de bestrating van het pleintje geleverd, waar de boerendansers hun optredens verzorgden. Bij de bouw van de supermarkt kreeg hij de daarvoor gebruikte stenen van de gemeente terug.
![]()
Dick samen met huisarts Heslinga bij de verbouw van molen de Wippenbelt tot dokterspraktijk.
Dick had als geen ander oog voor de directe omgeving en wist zo ‘ensembles’ te creëren waarbij oud en nieuw naadloos in elkaar overliepen. Voorbeelden hiervan zijn de boerderijen achter de Wippenbelt langs de Molen-, Huurmans- en Ommerweg, waaronder het oude erf Klein Rosink, museumboerderij Erve Hofman met smederijmuseum, de schaapskooi, aanpandende boerderijen langs de Reggeweg en niet te vergeten de erven langs Jacob Kapteijnstraat met aan de andere kant de oude dorpskerk die in zijn sfeer nog bijna middeleeuws aandoet.
Dicks eigenwijsheid en eigenzinnigheid waren legendarisch; als hij eenmaal iets in zijn hoofd had, kon geen kaart of kompas hem van zijn koers afbrengen. En meestal bleek hij ook nog eens gelijk te hebben. De Harmsens verrichtten de nodige werkzaamheden voor de familie Veening Meinesz op huize Eelerberg en de boerderijen die daartoe behoorden. Tijdens een van die projecten waren ze op zoek naar de fundering van een brug op het terrein van de havezate Schuilenburg. Iedereen stond met vraagtekens, maar hij bleef kalm. Hij pakte een oude schets en een kaart, nam even de tijd, en begon tussen duim en wijsvinger de afstand op de kaart te meten. Toen wees hij vastberaden naar een plek en zei: “Hier moeten jullie graven.” Met enige scepsis begonnen ze te graven en, alsof hij het altijd al geweten had, stuitten ze prompt op de fundering. Zijn instinct was net zo scherp als zijn oog voor detail.
Voor kluswerk in en om de oude dorpskerk werd Harmsen’s Bouwbedrijf regelmatig ingeschakeld. De langste ladder in het dorp werd gehaald bij hun neef Derk van de schilder (ook een Gerrit Dirk Harmsen). Dick gaf instructies aan de bouwvakkers en stuurde juist die bouwvakker de hoge ladder op die thuis geen vrouw en kinderen had.
Toen hij potlood en liniaal allang had opgeborgen heeft hij aan de werkgroep die bezig was met de aanleg van de huidige rondweg om Hellendoorn medegedeeld dat de weg om zijn dorp het beste de naam ‘Haersingel’ kon dragen.
Dick was niet alleen een vakman, maar ook een man met een groot hart voor de mensen om hem heen. Zijn vriendelijkheid en bereidheid om te helpen, zowel in zijn werk als daarbuiten, maakten hem geliefd bij velen. Kritiek kon er ook zijn en als hij ergens iets van vond, dan vond hij ook echt ergens wat van. Hij had een scherp oog voor detail en was altijd bezig met nieuwe ideeën om onze leefomgeving te behouden en zo mogelijk te verbeteren.
De nalatenschap van Dick Harmsen is blijvend voelbaar in ons dorp, in de gebouwen die hij met zorg herbestemde en in de projecten die hij uit liefde voor het dorp ontwierp. Wij zijn hem dankbaar voor alles wat hij voor Hellendoorn heeft betekend en zullen hem missen als een man die het oude koesterde om ons dorp mooier en waardevoller aan volgende generaties door te geven.










